Hero image

Van Haersma Buma Orthopedagogiek is een vrijgevestigde praktijk voor Generalistische basis GGZ in de Haagse regio (H10).

Algemeen en doelgroep

Drs. C. van Haersma Buma, OG-NVO en Cognitief Gedragstherapeut VGCT ®, is praktijkhouder en als enige werkzaam binnen de praktijk. De praktijk is voor ouders, kinderen, jongeren, scholen en verwijzers binnen de jeugdwet, die hulp zoeken bij vraagstukken over de ontwikkeling van een kind of zichzelf. De doelgroep bestaat uit kinderen van 2 tot 18 jaar waarbij het vermoeden bestaat van een DSM V stoornis, zoals bv ADHD, angst, PTSS, autisme, depressie of grensoverschrijdend gedrag. De praktijk stelt de diagnose en geeft behandeling, psycho-educatie, pedagogische ondersteuning en hulp aan leerkrachten of docenten.

De cliënten komen via verwijzing door huisarts, kinderarts of een kinder- en jeugdpsychiater binnen bij de praktijk. Ook een wijkteam / sociaal team / CJG kan een cliënt verwijzen.

Er wordt gewerkt volgens de principes van de cognitieve gedragstherapie en de oplossingsgerichte therapie. Drs. C. van Haersma Buma is ook geschoold in EMDR.

Werkwijze

  • Indien er sprake is van een situatie waarin het signaleren volgens de Verwijsindex aan de orde is (zie de criteria), zal de Orthopedagoog een gesprek aangaan met de ouders en het kind (vanaf 12 jaar). Zij zal haar zorgen bespreken en ouders/jeugdige informeren indien een signaal in de verwijsindex geplaatst wordt. Daarnaast wordt de folder(s) over de Verwijsindex meegegeven. Het gesprek en de reacties van ouders en jeugdige worden vastgelegd in het cliëntdossier. Bij het ontstaan van een match zal toestemming gevraagd worden om gegevens te mogen uitwisselen (wpb).
  • Indien het vermoeden bestaat dat het bespreken over het plaatsen van een signaal in de Verwijsindex een gevaar oplevert voor het kind, zal dit besproken worden in de intervisiegroep. De afweging om dan vanuit conflict van plichten te handelen (niet informeren en geen toestemming vragen) zal worden opgetekend in het cliëntdossier.

Afweging

Een behandelaar kan signalen afgeven of laten afgeven in de Verwijsindex op basis van wat zij ziet of hoort van de jeugdige en waarbij zij een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige in zijn of haar gezonde ontwikkeling naar volwassenheid wordt bedreigd. Meestal is niet één probleem doorslaggevend voor het afgeven van een signaal, maar maakt een combinatie van verschillende problemen een situatie dermate zorgwekkend dat een signaal in de Verwijsindex gerechtvaardigd is.

Signaleringscriteria & Leefgebieden

De Orthopedagoog zal niet standaard álle jeugdigen in de verwijsindex signaleren, maar heeft de afweging signaleren wel gestandaardiseerd. In elk geval worden jeugdigen gesignaleerd indien samenwerking met ketenpartners noodzakelijk wordt geacht in het belang van de jeugdige/het gezin en onvoldoende duidelijk is welke ketenpartners betrokken zijn of hoe met hen in contact is te komen. Hierbij worden de criteria van de Jeugdwet en de Handreiking Melden gehanteerd.

Borging

De afspraken over het gebruik van de Verwijsindex Haaglanden zullen geborgd worden door het als vast punt op te nemen in intervisie overleg.

Wet- en regelgeving

Lid van NVO en VGCT®