Gro-up
Kinderopvangorganisaties werken aan de verzorging en ontwikkeling van kinderen op de momenten dat de
ouders/verzorgers werken of een studie volgen. De kinderopvangorganisaties zijn particuliere organisaties met een
maatschappelijke doelstelling. Kinderopvang betreft zowel dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar als buitenschoolse
opvang voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar.
Peuterspeelzalen zijn bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Doelen van de peuterspeelzalen zijn het
ontmoeten van andere kinderen en het leveren van een bijdrage aan de algehele ontwikkeling van het kind. De
gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD), de gemeenten en de landelijke overheid bewaken en houden toezicht op de
kwaliteit van de kinderopvang en van de peuterspeelzalen
Intern Werkproces
Afweging: Signaleren mag, afwegen moet!
De afweging die de zorgcoördinator maakt om wel of niet te signaleren is een individuele professionele afweging die
intern minimaal met de betrokken locatiemanager en/of pedagogisch beleidsmedewerker wordt besproken. Over het
algemeen gaat het om ontwikkelings‐, gedrags‐ en/of problemen in de sociale context. Er wordt in ieder geval een
signaal afgegeven of afweging gemaakt:
• Wanneer een kind met een sociaal medische indicatie (SMI) geplaatst wordt. De pedagogisch medewerker
en/of locatiemanager informeert de zorg coördinator hierover.
• Wanneer een kind met een zorgindicatie gebruik maakt van een plus-groep of wanneer er ambulante
begeleiding is of wordt ingezet.
• Wanneer bij de intake/start van de opvang al één of meer zorg verlenende instantie(s) betrokken zijn bij
een kind. De pedagogisch medewerker en/of locatiemanager informeert de zorg coördinator hierover.
• Wanneer na invullen van het KODE-formulier blijkt dat er reden is tot zorg.
• Als er sprake is van meervoudige en/of achterliggende problematiek.
• Wanneer er zorgen gedeeld worden na bespreken in een Zorg Advies Team met bijv.
Voorschools maatschappelijk werk (VSMW) of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).
• Bij een melding bij Veilig Thuis.
• Bij een combinatie van zorg en betalingsachterstand.
• Bij de beëindiging van de plaatsing door de kinderopvangorganisatie naar aanleiding van
betalingsachterstand.
Signaleringscriteria uit de Jeugdwet kunnen redenen zijn om een signaal te plaatsen in de verwijsindex. Zie ook blz.
2 art. 7.1.4.1. Of de handreiking melden waarin de signaleringscriteria zijn opgedeeld in leefgebieden,
www.handreikingmelden.nl
Aandachtspunten
• De afweging voor het plaatsen van een signaal wordt minimaal door de zorgcoördinator met een betrokken
locatiemanager en de pedagogisch beleidsmedewerker die ook bij de jeugdige betrokken is besproken.
• De zorg coördinator legt de handelingen m.b.t. de verwijsindex vast in het dossier (verloop ‘gesprek
informeren’, afstemming met de bij een match betrokken organisatie(s), verloop gesprek ‘toestemming vragen voor overleg’, reactie ouders).
Juridisch Kader
Voor het plaatsen van een signaal in de verwijsindex geldt een wettelijk meldrecht. Dit
meldrecht houdt in dat géén toestemming vereist is voor het plaatsen van een signaal in de
verwijsindex. Ouders/verzorgers (hierna: ouders) en/of jeugdigen (hierna: jeugdige) dienen
wèl vooraf geïnformeerd te worden over het signaal in de verwijsindex.
In geval van:
• jeugdigen tot 12 jaar: ouders informeren;
• jeugdigen van 12 tot 16 jaar: zowel ouders als jeugdige informeren;
• jeugdigen vanaf 16 jaar: jeugdige informeren.
In dit gesprek beschrijf je als professional de risico’s die je ziet en je vraagt om een reactie van
de ouders en/of jeugdige. Als de zorgen door het gesprek niet worden weggenomen, deel je
ouders en/of jeugdige mee dat je een signaal af gaat geven in de verwijsindex. Je legt daarbij
ook uit wat het doel daarvan is en je overhandigt de informatiefolder ‘IK’ en/of ‘Mijn Kind’.
Bij wijze van hoge uitzondering kan je ouders en/of jeugdige ook achteraf informeren over
het geplaatste signaal in de verwijsindex. Echter, dit moet zo spoedig mogelijk nà het plaatsen
van het signaal gebeuren. Langer uitstel is alleen mogelijk indien er concrete aanwijzingen zijn
dat door het voeren van het gesprek de veiligheid van de jeugdige, een gezinslid of van jezelf
in het geding is (indien sprake is van een Conflict van Plichten). De reden(en) voor het besluit
om de ouders en/of jeugdige (nog) niet te informeren, moet(en) zorgvuldig worden vastgelegd in het dossier.
Meldrecht:
• Jeugdwet, artikel 7.1.4.1
• Jeugdwet, artikel 7.1.5.1
Plaatsen signaal
• Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 33.1, 2 & 3
• Convenant Verwijsindex Haaglanden, artikel 7 & 9
Als professional heb je redenen voor het plaatsen van een signaal indien je, op basis van wat
je ziet of hoort van een jeugdige of zijn ouders, een redelijk vermoeden hebt dat de jeugdige
in zijn gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid wordt bedreigd door één of meer
van de hierna genoemde risico’s:
1. Blootstelling aan geestelijk, lichamelijk of seksueel geweld, enige andere vernederende
behandeling, of verwaarlozing.
2. Meer of andere dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende psychische problemen,
waaronder verslaving aan alcohol, drugs of kansspelen.
3. Meer dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende ernstige opgroei- of
opvoedingsproblemen.
4. Moederschap of zwangerschap in geval van minderjarigheid.
5. Veelvuldig schoolverzuim dan wel dreigen de onderwijsinstelling voortijdig te verlaten.
6. Gebrek aan motivatie om door legale arbeid in eigen levensonderhoud te voorzien.
7. Meer of andere dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende financiële problemen.
8. Geen vaste woon- of verblijfplaats.
9. Gevaar voor anderen door lichamelijk of geestelijk geweld of ander intimiderend gedrag.
10. Bezigen van strafbaar gestelde activiteiten.
11. Ernstig tekort schieten door ouders in de verzorging of de opvoeding van de jeugdige.
12. Blootstelling aan risico’s die in bepaalde etnische groepen onevenredig vaak voorkomen.
Naast de hierboven in de Jeugdwet vermelde signaleringscriteria, kan de professional ter
ondersteuning bij het maken van de afweging voor het plaatsen van een signaal de
‘Handreiking Melden’ gebruiken. De ‘Handreiking Melden’ maakt de criteria inzichtelijk via
leefgebieden, deze zijn:
1. Materiële Omstandigheden
2. Gezondheid
3. Opvoeding en Gezinsrelaties
4. Onderwijs en Werk
5. Sociale Omgeving
Zie hiervoor www.handreikingmelden.nl.
Signaleringscriteria
• Jeugdwet, artikel 7.1.4.1
• Convenant Verwijsindex Haaglanden, artikel 7
• www.handreikingmelden.nl
Als regel is toestemming nodig voor het voeren van overleg na een match voor het
uitwisselen van informatie. Dit betekent dat je toestemming moet vragen voor dit overleg.
Toestemming kan zowel mondeling als schriftelijk worden verkregen. Professionals die samen
overleg voeren, hoeven niet ieder voor zichzelf toestemming te vragen aan ouders en/of
jeugdige, het is ook mogelijk dat één van de professionals dat namens de andere professionals
doet. Voor ouders en/of jeugdige moet duidelijk zijn wie deelnemen aan het overleg
waarvoor zij toestemming geven. Krijg je geen toestemming, of acht je het in verband met de
veiligheid van de kinderen, van gezinsleden of die van jezelf niet mogelijk om toestemming te
vragen, dan kan, bij wijze van uitzondering, ook overleg worden gevoerd zonder
toestemming. Dit is mogelijk op basis van een Conflict van Plichten. In dergelijke gevallen
zullen doorgaans naast een signaal in de verwijsindex ook andere stappen nodig zijn, zoals een melding bij Veilig Thuis.
Toestemming voor Overleg
• Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 33&34
• Convenant Verwijsindex Haaglanden, artikel 12 & 13
Ieder signaal staat standaard 1 jaar in de verwijsindex. Je hebt de mogelijkheid om een signaal
eerder in te trekken als de signalen niet meer aan de orde zijn. Het signaal is dan niet meer
actief, waardoor geen match meer kan plaatsvinden. Ieder signaal kan worden verlengd tot de
wettelijk maximale termijn van 2 jaar. Mochten er nog steeds zorgen bestaan over een
jeugdige, dan is het mogelijk om een nieuw signaal af te geven. De procedure van informeren
en toestemming vragen voor overleg, moet dan opnieuw worden doorlopen.
Termijn Signaal
• Jeugdwet, artikel 7.1.4.5